Koud, stralende zon, temperatuur om het vriespunt. Dat zijn de kenmerken die typerend waren voor vandaag. WS78 had wederom een prachtige tocht uitgestippeld en het was aan de 541 wandelaars die zich ‘s ochtends gemeld hadden, om deze tocht te voltooien. Een tocht van WS78 betekend 40km.
Al direct na de start liepen we een klein park in, dat vroeger hoorde bij een monumentaal gebouw dat in de zeventiger jaren werd gesloopt. Het is hier voor bejaarden goed toeven, want er bevinden zich drie grote, in bijna aaneengesloten parken gelegen oorden, waarvan Insula Dei in een wel heel fraai pand aan de overkant van de weg is gevestigd. We staken de Velperweg over naar Park Angerenstein,
een landgoed daterend uit 1487 en genoemd naar het voorname Arnhemse geslacht Van Angeren. Na privébewoning door o.a. baron van Tuyll van Serooskerken en diens vrouw barones van Pallandt, hield Rijkswaterstaat er kantoor, tot van 1958 tot 1987 het CIOS er een meisjesinternaat van maakte. Na Angerenstein konder we gaan klimmen. Aan de overkant van de weg bevond zich namelijk Hoogte 80, het hoogste punt van Arnhem, vanwaar je tot Duitsland en de Achterhoek kunt kijken (mits het helder weer is). Een plattegrond bij het monument geeft aan wat er te zien is. Een behoorlijke klim, hoewel achteraf bleek dat dit zeker niet de laatste en/of zwaarste was.
Vervolgens gingen we Park Klarenbeek in, waar we een paar hellingen en trappen (65 treden af en 59 op) moesten nemen (Arnhem is één en al stuwwal) om bij de Steenen Tafel
te komen. Dat was vroeger een watertoren, nu een sjiek restaurant. Daarvandaan heb je een prachtig uitzicht over Arnhem heen naar Nijmegen.
Daarna werd het parkoers tot de laatste kilometers van deze tocht, waarvan het venijn in de staart zit, redelijk vlak. Via een mooie villawijk liepen we naar “De Waterberg”, waar overigens weinig water te zien is. Het is het terrein rond en achter het Openluchtmuseum. Een mooi, ongecultiveerd bos. De heuveltjes hier waren vroeger vuilnisbelten. We passeerden een kruis ter nagedachtenis aan een aantal Arnhemmers die hier tijdens de oorlog zijn gefusilleerd. Vervolgens gingen we achter Burgers’ Zoo langs en door de bossen van Schaarsbergen, waar we na een kilometer of tien toe zijn aan een beker uiensoep.
Via het dorp kwamen we uit op Hoog Erf en Landgoed Warnsborn, een uitgestrekt bos, dat wordt doorsneden door beken en sprengen.
We bevonden ons hier op de noordhelling van de stuwwal van Arnhem. Het gebied is een onderdeel van een aantal aaneengesloten landgoederen en heideterreinen. Het landhuis is in 1945 afgebrand en herbouwd tot hotel met een rond 2000 gerestaureerde oranjerie en een terrassentuin (met dank aan de Postcodeloterij). Langs de oprijlaan staat een bronzen borstbeeld van Mr. S. baron van Heemstra, medeoprichter en 30 jaar lang voorzitter van het Geldersch Landschap. In de ijskelders overwinteren vleermuizen en in het bos leven boommarters.
Vervolgens betraden we een tweetal heidevelden. Op het eerste daarvan kwamen we langs een monumentje ter nagedachtenis aan het eerste slachtoffer in 1910 van de luchtvaart in Nederland. Vandaar naar de Kleine Kweek, een mooi, glooiend heideveld met een paar in deze omgeving inmiddels vrij zeldzame jeneverbesstruiken.
Over dit heideveld daalden we af naar Landgoed Rijk ter Heide, en gingen daar na 21km via een Nordic walkingroute naar de rust op Nationaal Sportcentrum Papendal.
Lachwekkend was wel hoe de barman krampachtig broodjes kroket te verkopen.
Verkwikt en uitgerust in de mooie lounge van het sporthotel verlieten we via het golfterrein Papendal in de richting van het land van de missionarissen van Mill Hill (bekend van de laatste tocht vanuit Oosterbeek). De gure wind die woedde was daar goed te voelen en de ritsen van jassen werden weer eens aangetrokken. Ook de handschoenen kwamen weer uit de jaszakken.
Via het Anton Heijboerpad staken we de drukke verkeersweg over om zo in ander deel van Warnsborn te komen. Daar passeerden we een unieke, op een soort schiereilandje gelegen, boerderij alvorens weer de bossen in te duiken. Ook hier zagen we weer een paar beken met kleine watervalletjes. We volgden, het bos uitkomend, een paar schitterende, statige lanen met weidse uitzichten. Bij de koffiepost waren we weer terug in de bewoonde wereld, al zou je dat vaak niet denken, want ook binnen de stadsgrenzen van Arnhem Noord bevindt zich veel bos. Door de gure wind voelden onze gezichten als ijsklompjes en de koffie was dan ook een meer dan welkome versnapering. Na de koffie op weg voor de laatste 9 km.
Om te beginnen het “Koninginnebos”, ofwel Park De Gulden Bodem, een bosgebied langs de bebouwing. Vanaf hier werd het weer klimmen en dalen (we zijn per slot van rekening weer in Arnhem). We daalden af naar Park Zijpendaal (spreek uit: “ziependaal”), waar we langs
Huis Zypendaal kwamen. Dit kasteelachtige gebouw, met een oranjerie en een koetshuis, dateert uit het eind van de 18e eeuw en wordt omgeven door een park in de Engelse landschapsstijl. Nu is het huis in beheer bij de Stichting Gelderse Kastelen, die er ook kantoor houdt.
Vervolgens kwamen we in Park Sonsbeek, het bekendste park van Arnhem, waar we naar
believen over of onder de waterval via de “steile tuin” (een trap met 104 treden!) naar de uitzichttoren “de Belvedère” liepen. Die bereikte we pas na nog een steile trap van 34 treden te beklimmen. Vandaar keek je prachtig uit over de stad. Vervolgens gingen we omlaag het park uit naar de volgende stuwwal. Op het hoogste punt, bij een van de kleinste kerkjes van Nederland, kun je nog net de KEMA-toren richting Oosterbeek zien. Links ligt een diep dal. Dat was vroeger een zandafgraving en in de groenstrook liep de tram naar de dierentuin en het Openluchtmuseum.
Wat een klim was dat, zeg !! Nu voelden we goed dat Arnhem bestaat uit een en al stuwwal. Na deze enorme klimpartijen konden we wel wat verfrissends gebruiken en we waren dan ook erg blij dat er een fruitpost was zo’n 4km voor het eind. De keuze tussen appel en manderijn was snel gemaakt en na even bijgekomen te zijn werd het tijd voor het laatste stukje.
Langs een groengebied “midden” in de stad bereikten we via een trap (35 treden) een villawijk (klein, maar wat een locatie!) en dan weer Park Klarenbeek, ditmaal aan de overkant van het dal dat we op de heenweg vanaf de Steenen Tafel zagen, en klommen naar Monnickenhuizen, vroeger de thuisbasis van de voetbalclub Vitesse, nu een moderne woonwijk. Tot slot daalden we via de andere kant van Park Angerenstein weer af naar de finish die we na 6 uur wandelen (gemiddeld 6,7km p/u) bereikte.
Ton Verlaan was de parcoursbouwer en hij verdient dan ook een lintje. Wat een prachtige tocht was dit en ook WS78 heeft zich weer van de beste kant laten zien.
De informatie die in dit verslag gebruikt is, alsmede delen van teksten zijn afkomstig van de website van WS78: www.ws78.nl met toestemming van de voorzitter.
WS78 is een wandelvereniging die uitsluitend 40km wandeltochten organiseert en altijd de meest prachtige routes weet uit te zetten. Ook de routebeschrijving alsmede de bepijling zijn uitstekend voor elkaar.
Eduard